Openbare ziekenhuizen in Athene: een anekdote

Ik botste eerder deze week in een van de Griekse expatgroepen op Facebook nog eens op een vraag die persoonlijke relevantie had: iemand vroeg de leden van de expatgroep naar ervaringen met het KAT-ziekenhuis, een openbaar ziekenhuis in Maroussi. Ikzelf ben een van de “gelukkigen” met dergelijke ervaring.

Ik woonde zelfs nog niet eens zo heel lang in Athene toen ik een bezoekje aan het vernoemde KAT-ziekenhuis moest brengen. Een tegen kanker vechtende oom van mijn vrouw had dringend bloed nodig, en bloedgeven was mogelijk in onder andere het KAT-ziekenhuis, het dichtstbijzijnde openbare ziekenhuis in onze buurt. Los van mijn nobele bedoelingen hing er ook wel een beetje persoonlijk nut aan m’n bezoek aan het KAT. Ik was namelijk erg benieuwd naar de staat van het ziekenhuis, omdat mijn vrouw een paar maanden later zou bevallen in een – weliswaar ander – openbaar ziekenhuis. En de geruchten die ik tot dan had opgevangen over het verval van Griekse openbare ziekenhuizen sinds de crisis waren best wel zorgwekkend. Menige Griekse vriend kwam met hetzelfde goedbedoelde advies: “Beval in een privé-ziekenhuis indien mogelijk”. Helaas geen optie voor ons: we waren nog steeds aangesloten bij een Belgische verzekeraar (Ethias), die in het geval van een bevalling in het buitenland (Griekenland dus, in ons geval) enkel een opname in een openbaar ziekenhuis dekte. Op onze Griekse prive-verzekeraar Groupama, waarbij m’n vrouw en ik via de groepsverzekering van mijn Grieks bedrijf aangesloten waren, moesten we evenmin rekenen: omdat mijn vrouw op het moment van onze aansluiting reeds zwanger was, gold haar zwangerschap als een “reeds bestaande aandoening”. Verzekeraarsjargon voor “ons probleem niet”. Ten slotte was er nog het IKA, het Griekse ziekenfonds waar je als werknemer in Griekenland samen met je gezin automatisch bij aangesloten bent. Maar ook het IKA dekte enkel opnames in een openbaar ziekenhuis. Bevallen in een van de gereputeerde, maar dure privé-ziekenhuizen zoals het MITERA of het IASO, waren dus een onhaalbare droom: mijn vrouw was voorbestemd om te bevallen in een openbaar ziekenhuis.

Bijgevolg was ik best benieuwd naar de toestand van zo’n openbaar ziekenhuis. En hoewel het ondertussen al bijna 2 jaar geleden is, herinner ik me nog heel goed de schok die door m’n lichaam ging toen ik door het KAT-ziekenhuis wandelde. Kon ik het qua beschrijving maar gewoon bij “aftands” of ‘vervallen” houden. Maar dan zou ik waarschijnlijk te onkritisch zijn en de waarheid geweld aandoen. Gaten in de muren. Verf die waarschijnlijk drie jaar voordien al dringend aan een nieuwe laag toe was. Meubilair dat leek op afdankertjes van het Leger des Heils. En amper een lachend gezicht. Noch bij het weinige personeel, noch bij de patienten, bij wie de miserie op het gezicht af te lezen viel. Het klinkt overdreven – en dat is het waarschijnlijk ook – maar het deed me denken aan de allereerste aflevering van het lugubere, post-apocalyptische The Walking Dead, meer bepaald de scene waar sheriff Rick Grimes wakker wordt in een ziekenhuis dat net overlopen werd door zombies. Het blijft tot vandaag de meest deprimerende plaats in Athene waar ik voet heb gezet. De gedachte dat mijn vrouw in dergelijk ziekenhuis zou moeten bevallen, joeg me oprecht angst aan. Zou ons zoontje echt het levenslicht moeten zien in een ziekenhuis dat amper licht die naam waardig had?

Over het artsenteam kon ik dan weer geen oordeel vellen. Ik was er voor een routinehandeling als bloedgeven, en daar kwam weinig expertise aan te pas. En toegegeven, de bloedafname werd netjes afgehandeld door de verpleegster in kwestie. Na de afname was er zelfs een gratis flesje fruitsap en een wafeltje voorzien, om bloedgevers na de afname terug op krachten te laten komen. De verpleegster bleek trouwens van het erg sociale type, en had een enorme interesse in mijn Belgische achtergrond. De vlotte dame had blijkbaar een deel van haar studies in Frankrijk afgerond, en nam maar wat graag van de gelegenheid gebruik om haar ietwat roestig Frans met me te oefenen, en me tegelijk een resem vragen te stellen over mijn persoonlijke situatie. Ik was lichtjes verbaasd over zoveel interesse, maar liet het verder niet aan m’n hart komen. Het – tikkeltje overdreven – enthousiame van de dame was zowat de enige vrolijke noot in wat verder een bedroevend bezoek was aan het KAT-ziekenhuis.

Toen mijn vrouw me bij m’n thuiskomst vroeg hoe het gegaan was, bleef ik wijselijk op de vlakte. Ze was al zenuwachtig genoeg over de aanstaande bevalling en alles wat zou kunnen mislopen. Moest ik daar nog eens een gedetailleerd horrorrelaas van mijn eerste kennismaking met de Atheense openbare ziekenhuizen aan toevoegen, zou dat wel eens tot een heuse paniekaanval kunnen leiden. Ik besloot m’n ervaringen voor mezelf te houden, en hoopte vurig dat het Aretaieio-ziekenhuis, het openbare ziekenhuis waar mijn vrouw zou bevallen, in betere staat verkeerde dan het KAT. Mijn hoop bleek uiteindelijk gegrond. Het Aretaieio-ziekenhuis was weliswaar evenmin een bron van luxe. Eenpersoonskamers waren een verre illusie, mijn vrouw moest de kamer delen met een andere hoogzwangere Griekse. En uiteraard geen televisie op de kamer. Op slaapgelegenheid moest ik zelf al helemaal niet rekenen, waardoor ik de nachten moest doorbrengen op het enige zitbankje op de kamer. Nog steeds een beter lot dan dat van de echtgenoot van de kamergenote, die vanwege mijn confiscatie van het zitbankje de slaap moest zien te vatten op een stoel. De eerste nacht had ik ‘m één enkele keer voorgesteld dat hij op het bankje zou slapen, maar uit beleefdheid bedankte hij voor het aanbod. Wat een fout. Het aanbod kwam daarna nooit meer.

FB_IMG_1495574585667
Geboorte van ons zoontje Aris, in het openbare Aretaieio-ziekenhuis

Zelfs in de afwezigheid van elke vorm van luxe, was het verschil met het KAT-ziekenhuis nog steeds immens. Het Aretaieio had tenminste alle basisvoorzieningen. Bovendien was alles er goed geregeld, met een nochtans beperkte groep van personeel en verpleegsters. Er was altijd wel iemand aanwezig om ons bij te staan, en twee keer per week kwam iemand een sessie omtrent borstvoeding geven. Gezien de belabberde salarissen binnen de openbare sector in het Griekenland van vandaag was de toewijding van de verpleegsters des te bewonderenswaardiger. De vrees dat de geboorte van ons eerste kindje een traumatisch gebeuren zou worden, bleek dus onterecht. Een pijnlijke ervaring voor de portefeuille was het dan wel weer. Onze verzekering dekte dan wel de officiële factuur van het ziekenhuis, maar Griekenland zou Griekenland niet zijn als er niet nog een bedrag “in het zwart” voor de arts bovenop die officiële factuur kwam. Het beruchte en nog steeds alomtegenwoordige fakelaki. In ons geval € 2.000, contant te betalen, vanzelfsprekend zonder reçuutje. En uiteraard niet te verhalen op de verzekeraar. Maar goed, gezien het feit dat onze zoon kerngezond en zonder complicaties op de wereld werd gezet, blijft het de beste € 2.000 die ik ooit gespendeerd heb. En wanneer onze hybride later topvoetballer is en miljoenen verdient, gaan we met z’n allen eens goed lachen met dat nietige bedrag, toch?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s