Perastika

We zijn sinds vorige week terug in Athene na een paar dagen Zuid-Spanje. Wat een leuk bezoekje aan mijn schoonbroer annex beste vriend in Andalusië moest worden, is echter uitgedraaid op een klein drama: Aris, ons anderhalf jaar oud zoontje, brak zijn linkerdijbeen en is teruggekeerd met een volledig gegipst linkerbeen. Reconstructie:

Donderdagavond, na een redelijk vermoeiende en stresserende dubbele vlucht vanuit Athene met tussenstop in Rome, werden we in Malaga opgewacht door mijn schoonbroer Nikos. Een anderhalf uur durende autorit later stonden we in La Linea de La Concepcion, de stad in Andalusië waar ik zelf 5 jaar lang woonde, en waar Nikos nog steeds vertoeft met echtgenote Violeta en Maya, het Grieks-Spaans nichtje van ons zoontje Aris. het weerzien was zoals altijd enorm prettig, hoewel de vermoeidheid van een hele dag reizen duidelijk voelbaar was bij mijn vrouw, ons zoontje en mezelf. Na een korte discussie over het avondeten – gaan we nog snel uit eten of laten we iets leveren – besloten we om naar m’n favoriet Indisch restaurant in La Linea te gaan. Erg foute keuze, zo bleek achteraf.

Het feit dat Aris zich in het restaurant eerst ei zo na verbrandde aan een olielampje dat hij van een tafel probeerde te pakken, was al een slecht voorteken. Ik kon ‘m nog net op tijd wegtrekken, maar niet zonder dat de lamp mee de grond op donderde. Gevolg: een huilend kind in m’n armen, en een gebroken olielamp op de grond. Op zich niks ergs uiteraard, en een van de obers kwam al snel de boel opkuisen. Alleen leverde de man erg halfslachtig werk, waardoor de vloer vanwege de mengeling van water en olie plots spekglad lag. En dan gebeurde het: een nietsvermoedende Aris dook plots op vanachter de tafel, gleed uit op de natte plek, en knalde op de vloer in een redelijk ongelukkige houding. Hij had zich duidelijk bezeerd, al leek de schade op het eerste zicht mee te vallen. We besloten om hem meteen in bed te stoppen, en te kijken of een nachtje rust voldoende was om er weer bovenop te komen. De volgende ochtend bleek hij nog steeds pijn in het linkerbeen te hebben, dus reden we voor de zekerheid toch maar naar de spoeddienst van het ziekenhuis Quironsalud nabij Los Barrios. Een verzwikte enkel of een verrokken spier, dachten we. De diagnose bleek een pak erger: een breuk in het linkerdijbeen. Gelukkig was de breuk niet verplaatst, dus zou er waarschijnlijk niet geopereerd moeten worden, oordeelde de kinderarts van het ziekenhuis. Maar voor een precieze evaluatie moesten we wachten op de traumatoloog, die nog bezig was met een andere patient. Er werd ons alvast gevraagd om ons zoontje geen eten of drinken (inclusief water en moedermelk) meer te geven, voor het geval van een mogelijke verdoving.

Vanaf dan begonnen de problemen pas echt. De receptioniste van het ziekenhuis vroeg me of ik een kaart van onze hospitalisatieverzekeraar had. Die had ik niet. We zijn verzekerd via de groepsverzekering van OPAP, mijn Griekse werkgever die eerder dit jaar qua verzekeraar overgeschakeld was van Groupama naar MetLife. En ik  had de HR-afdeling dezelfde vraag gesteld: krijgen wij een kaart? Niet nodig, was het antwoord. De procedure voor het dekken van de kosten verloopt bij MetLife namelijk anders dan bij de meeste verzekeraars: terwijl ziekenhuizen de hospitalisatiekosten van verzekerde patiënten doorgaans rechtstreeks met de verzekeraar regelen, worden patiënten aangesloten bij MetLife verwacht om eerst zelf het bedrag op te hoesten en dan de factuur (inclusief beëdigde vertaling!)  binnen te brengen om een terugbetaling van de kosten te vorderen.

De receptioniste van het ziekenhuis keek me vreemd aan toen ik haar diezelfde uitleg gaf: “Is er echt geen manier waarop we dit rechtstreeks met jullie verzekeraar kunnen regelen? We spreken hier namelijk over een fors bedrag.” Ik vroeg hoeveel, en het antwoord was € 3.800. Het uiteindelijk te betalen bedrag zou minder kunnen uitvallen, afhankelijk van wat er precies met Aris zou gebeuren. Maar € 3.800 was het “worst case scenario”-bedrag waarvoor het ziekenhuis een garantie van betaling nodig had. En de uitsmijter: zolang het ziekenhuis die betalingsgarantie niet had, konden ze Aris ook niet opnemen. Ik probeerde het bedrag via bankkaart te betalen, maar stuitte op een betalingslimiet van € 1.500, opgelegd door Piraeus Bank, mijn Griekse bank. Ook mijn Belgische bankkaart gaf een njet voor zo’n hoog bedrag. Ik belde naar MetLife, en legde het probleem uit aan account manager die verwantwoordelijk was voor het beheer van de groepsverzekring van mijn bedrijf. De man bleek echter verrassend onvriendelijk en weinig behulpzaam: “U moet de procedure volgen”. M.a.w., ik moest zelf maar de € 3.800 bij elkaar krijgen. Ook mijn daaropvolgende tirade over de zinloosheid van die procedure – “Hoe belachelijk is het om van klanten te verwachten dat ze een dringende medische ingreep in het buitenland eerst volledig uit eigen zak betalen?!” – maakte weinig indruk op de man: ik moest maar contact opnemen met mijn bedrijf.

Ook daar liep het mis: mevrouw Papadopoulou, de aangewezen persoon bij mijn werkgever voor alles inzake groepsverzekering, bleek afwezig te zijn. Ik kreeg haar assistente aan de lijn, die wel probeerde te helpen, maar ook niet veel verder kwam dan “ik kijk wat we kunnen doen en bel straks terug”. En ondertussen lag mijn anderhalf jaar zoontje nog steeds in de wachtkamer van de spoeddienst, in de armen van m’n vrouw, met een gebroken dijbeen. Uiteindelijk lukte het me toch om met behulp van mijn schoonbroer het te garanderen bedrag bijeen te krijgen en over te maken aan het ziekenhuis, waarna Aris eindelijk een kamer toegewezen kreeg in afwachting van de traumatoloog. Maar die liet dan ook nog eens ondraaglijk lang op zich wachten: om 8 uur ‘s avonds zaten we nog steeds in de kamer, zonder ook maar enige informatie omtrent wanneer de traumatoloog beschikbaar zou zijn, of wat hij nu precies met Aris van plan was. En gedurende die hele tijd bleef de arme dreumes verplicht zonder voedsel, water of moedermelk. Een ware marteling voor een anderhalf jaar oud kind dat daarbovenop nog eens met een beenbreuk te bed ligt. Mijn vrouw hield het niet van de wanhoop, terwijl Aris zelf tussen de huilbuien af en toe nog steeds een glimlach liet zien door mijn pogingen om hem wat op te monteren. Hartverscheurend en hartvertederend tegelijk.

Het was uiteindelijk kort voor 9 toen de traumatoloog opdaagde. Hij legde meteen de situatie uit: een operatie was inderdaad niet nodig, maar vanwege de grootte van de breuk moest hij het hele linkerbeen wel in een gipsverband leggen. Die procedure duurde uiteindelijk minder dan een half uur, wat de voorafgaande wachttijd van meer dan acht uur extra cynisch maakte. Om 10 uur ‘s avonds mocht Aris uteindelijk opnieuw eten – na 10 uur lang volledig droog gelegen te hebben. Hij moest de nacht doorbrengen 20181123_212254in het ziekenhuis voor opvolging, maar de volgende ochtend kwam het verlossende bericht dat z’n been goed leek te reageren op het aangelegde verband. De traumatoloog gaf ons ook nog een voorlopige prognose: tenzij er alsnog complicaties optreden, zou het gips er na 4 tot 6 weken opnieuw afmogen. Maar belangrijk was uiteraard om de hele zaak te laten opvolgen door een specialist in Griekenland.

Die vonden we ondertussen ook via onze kinderarts hier in Athene: ze verwees ons door naar dokter Verikokakis, een chirurg met specialisatie in de pediatrische orthopedie. Diens eerste observaties toen we afgelopen vrijdag met Aris in zijn praktijk te Zografou opdaagden: “Het goede nieuws is dat de breuk volgens de aanvankelijke scans niet verplaatst is (wat we al wisten) en dat dergelijke breuken op zo’n jonge leeftijd doorgaans snel helen (wat we ook al wisten)”. Maar er was een probleem: het gipsverband bleek niet bijzonder goed aangelegd. Dus ook dat nog: na ons ondraaglijk lang te laten wachten en ons een stevig bedrag aan te rekenen, bleek het Quironsalud-ziekenhuis ook nog eens werk van bedenkelijke kwaliteit geleverd te hebben. Het precieze probleem, zo legde dokter Verikokakis uit, was dat het gipsverband erg kort was aangelegd – het dekte amper de volledige breuk – waardoor het been te veel bewegingsvrijheid kreeg. Hij raadde ons aan om zo snel mogelijk nieuwe scans te laten nemen, om te checken of de breuk niet alsnog verplaatst was geraakt door eventuele verkeerde bewegingen die Aris ondertussen gemaakt had in het verband. Dus alweer een nieuwe bestemming de volgende dag: het Iatriko Kentro Athinon in Maroussi, voor nieuwe scans. Die gelukkig minder duur dan in Spanje bleken te zijn. We stuurden de scans naar dokter Verikokakis, die op zondagochtend met geruststellend nieuws kwam: de breuk was gestabiliseerd, en hij kon zelfs al een deels herstel zien. Dan toch eindelijk goed nieuws na een dramatische week.

Maar hier zitten we nu dus, in onze flat in Metamorfosi, met een anderhalf jaar oud zoontje dat voor de komende weken veroordeeld is tot de zetel, het bed of de koets. En met zoveel partijen waar we kwaad op zouden kunnen – of misschien wel moeten – zijn. Het restaurant in La Linea, vanwege het povere kuiswerk dat de val veroorzaakte. De Griekse verzekeringsmaatschappij, waarvan het belachelijke hospitalisatiebeleid het bijna onmogelijk maakte om Aris überhaupt te laten opnemen. En natuurlijk het ziekenhuis in Los Barrios, vanwege de tergend lange wachttijd en hun povere werk. Maar negatieve energie is nooit mijn ding geweest. Wat haalt het tenslotte uit om je te blijven opwinden. Liever trek ik me op aan het oprechte medeleven van de Grieken hier met onze onfortuinlijke situatie. Van mijn baas bijvoorbeeld, die ik nog vanuit Spanje opbelde om hem het verhaal te doen en te vragen of ik eventueel de komende weken – desnoods deels – van thuis uit kon werken en zo mijn vrouw kon helpen om voor Aris te zorgen. “Geen enkel probleem”. Ik had ook geen ander antwoord verwacht. Hij stond erop dat ik prioriteit gaf aan m’n familie. Voor meetings en dergelijke kon ik gewoon inbellen of kon hij me desnoods vervangen, zo stelde hij me gerust.

Ook van de andere werkcollega’s kreeg ik warme en bemoedigende schouderklopjes. En ook hier in Metamorfosi vliegen de perastika’s (de typische Griekse uitdrukking om iemand beterschap te wensen of een hart onder de riem te steken)  me om de oren. In elke plaatselijke zaak of winkel waar ik met Aris passeer tijdens onze wandelingen – en dat zijn er dezer dagen natuurlijk heel wat – vraagt het personeel steevast hoe het met hem gaat: “Heeft hij niet te veel pijn? Slaapt hij ‘s nachts goed? Hoe lang zit hij nog in het gips? Kan je hem iets geven tegen de pijn? Het arme ventje toch… perastika!” Ik had de bezorgde vragen al van ver zien aankomen – ik ken de Grieken en hun gezonde interesse in kind en gezin ondertussen wel – en had mijn kennis van het Grieks bij onze terugkomst navenant uitgebreid: spasméno (gebroken), épese (hij is gevallen), gýpso (gips)…: de volledige relevante woordenschat had ik alvast van buiten geleerd. Het is al erg genoeg dat Aris moet afzien, geen reden om het mezelf ook nog eens extra moeilijk te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s